Tips · Nieuws · Tijdlijn box 3 — bijgewerkt juli 2026

Minder box 3 belasting betalen

Zes bewezen manieren om je box 3-belasting te verlagen, plus het actuele nieuws over de nieuwe belastingwet. Gebruik de gratis calculator om jouw besparing door te rekenen.

Zo betaal je minder box 3 belasting in 2026

Onderstaande tips zijn gebaseerd op de officiële belastingregels. Ze zijn informatief van aard — raadpleeg een belastingadviseur voor persoonlijk advies.

Meest gebruiktBesparing sterk afhankelijk van portefeuille

Tegenbewijsregeling: betaal belasting over je échte rendement

Als jouw werkelijke box 3-rendement lager was dan het forfait, hoef je alleen over dat lagere bedrag belasting te betalen. Dit heet de tegenbewijsregeling (art. 5.25 Wet IB 2001, Staatsblad 2025/195).

Hoe werkt het? Tel al je box 3-inkomsten op: bankrente, dividend, huurinkomsten en waardeveranderingen. Is het totaal lager dan het forfaitaire rendement? Dan geef je het werkelijke bedrag op in je aangifte inkomstenbelasting.

Belastingjaar 2024: via het OWR-formulier (Opgaaf Werkelijk Rendement). Belastingjaar 2025 en 2026: direct in de aangifte — geen apart formulier nodig.

Let op: transactiekosten zijn niet aftrekbaar (HR 6 juni 2024). Een negatief rendement levert geen teruggave op — het minimale bedrag is €0.

GroenvoordeelTot ±€577 per persoon per jaar (2026)

Groene beleggingen: tot €26.715 vrijgesteld van box 3

Erkende groene beleggingen zijn in box 3 gedeeltelijk vrijgesteld. De vrijstelling in 2026 is €26.715 per persoon (€53.430 bij fiscaal partnerschap).

Welke producten tellen mee? Groenfondsen die een Verklaring van Fondsenwerving hebben van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Denk aan ASN Groen Projectenfonds, Triodos Groen Beleggingsfonds en vergelijkbare erkende fondsen.

Het deel boven de vrijstelling valt gewoon in de "overige bezittingen"-categorie (forfait 6,00% in 2026). Het voordeel is dus het forfaitaire rendement over het vrijgestelde deel: maximaal €26.715 × 6% × 36% ≈ €577 belasting bespaard.

In 2025 gold een vrijstelling van €26.447. In 2024 was dat €71.251 — een flink hogere vrijstelling die in latere jaren sterk is verlaagd.

PartnersTwee vrijstellingen: €59.357 per persoon (2026)

Fiscaal partnerschap: benut twee heffingsvrijvermogens in box 3

Iedere belastingplichtige heeft een eigen heffingsvrijvermogen: €59.357 in 2026. Fiscale partners mogen het box 3-vermogen onderling vrij verdelen in de aangifte. Daardoor kun je beide vrijstellingen optimaal benutten — maar dat gebeurt niet automatisch.

Wie geldt als fiscaal partner? Samenwoners met een geregistreerd partnerschap of samenlevingscontract bij de notaris, echtgenoten, en mensen die op hetzelfde adres staan ingeschreven mét een kind of gezamenlijk eigendom.

Voorbeeld: jij hebt €200.000 in box 3 en je partner €0. Wijs je alles aan jezelf toe, dan is je grondslag €140.643. Verdeel je 50/50, dan valt €100.000 bij je partner onder diens vrijstelling. Hoeveel belasting je bespaart hangt af van je vermogensmix: spaargeld heeft een laag forfait, beleggingen een hoog forfait — de besparing verschilt sterk.

Herindeling doe je jaarlijks in de aangifte. Je mag elke verhouding kiezen zolang het totaal 100% is.

SchuldenDrempel: €3.700 (2026), €7.400 bij partner

Schulden aftrekken in box 3: verlaag je grondslag

Box 3-schulden (geen eigenwoningschuld) verlagen je rendementsgrondslag. Let op: er geldt een drempel van €3.700 per persoon (€7.400 bij fiscaal partnerschap) in 2026 — dat deel telt niet mee.

Welke schulden tellen? Consumptief krediet, beleggingsleningen, roodstand, persoonlijke leningen. Schulden die al in box 1 of box 2 zitten mogen niet dubbel worden opgevoerd.

Rekenvoorbeeld: schuld €50.000. Drempel €3.700, dus aftrekbaar: €46.300. Dat verlaagt de rendementsgrondslag en daarmee het te betalen bedrag. Voor schulden geldt een afzonderlijk forfaitair rendementspercentage dat van het rendement op bezittingen wordt afgetrokken.

Tip: aflossen van een schuld in box 1 (bijv. eigenwoningschuld) kan minder fiscaal voordeel geven dan het lijkt. Overleg met een fiscalist voor je grote beslissingen neemt.

TimingAfhankelijk van omvang en timing vermogen

Peildatum 1 januari: optimaliseer je vermogen op de juiste dag

Box 3 wordt berekend op de peildatum: 1 januari van het belastingjaar. Hoeveel vermogen je op die dag in box 3 hebt, bepaalt je belasting voor dat gehele jaar.

Vermogen dat op 31 december uit box 3 stroomt en op 3 januari terugkomt, hoeft maar één dag niet aanwezig te zijn om belastingvrij te zijn. Maar: de Belastingdienst kan dit zien als belastingontwijking (fraus legis). Structureel rondpompen van vermogen wordt bestreden.

Legale opties: grote uitgaven die je toch al van plan was (verbouwing, auto, vakantie) vóór 1 januari doen. Spaargeld inzetten om belastbare schulden in box 3 terug te betalen. Vooruitbetalen van toekomstige verplichtingen.

Hou rekening met box 3 voor spaargeld: een spaarrekening met rente telt wél mee, maar geld dat je op 1 januari al hebt overgemaakt naar een verbouwing of schenking niet meer.

SchenkenVrijstelling: €6.633/kind per jaar (2026)

Vermogen schenken of overdragen: verlaag je box 3-grondslag

Vermogen dat je schenkt, is niet langer jouw box 3-bezit. De jaarlijkse schenkingsvrijstelling in 2026 is €6.633 per kind (vrij besteedbaar) of €31.813 voor studie of woning (eigen woning vrijstelling is vervallen per 2024).

Schenk je vóór 1 januari, dan valt het geschonken bedrag niet op de peildatum in jouw box 3. Het belandt bij de ontvanger — als die weinig vermogen heeft, valt het mogelijk onder diens heffingsvrijvermogen.

Let op: schenkingen boven de vrijstelling zijn belast met schenkbelasting (10–40%). Calculeer of het netto voordeel opweegt. Periodieke schenking via notariële akte biedt extra vrijstelling.

Grotere vermogens kunnen ook via een Stichting Administratiekantoor (STAK) of een testament gestructureerd worden. Dit valt buiten de scope van Box3Planner — raadpleeg een notaris of estate planner.

Actueel nieuws box 3

Wetsvoorstel 36.748 (Wet werkelijk rendement box 3) is aangenomen door de Tweede Kamer. De Eerste Kamer wacht op de novelle van het kabinet — verwacht op Prinsjesdag 2026.

Eerste Kamer7 juli 2026

Eerste Kamer stemt over vier moties — wetsvoorstel zelf blijft liggen

De Eerste Kamer stemde op 7 juli 2026 over vier moties die waren ingediend tijdens het plenaire debat van 30 juni. Het wetsvoorstel 36.748 zelf werd niet in stemming gebracht. De Kamer wacht op de novelle van het kabinet, die op Prinsjesdag 2026 wordt verwacht.

Eerste Kamer30 juni 2026

Plenair debat in de Eerste Kamer: stemming over wet uitgesteld

Tijdens het plenaire debat werden vier moties ingediend, waaronder één die het kabinet vraagt het voorstel in te trekken ten gunste van een volledige vermogenswinstbelasting. De Kamer stemde niet over het wetsvoorstel — de staatssecretaris werkt de novelle verder uit voor Prinsjesdag.

Staatssecretaris19 juni 2026

Staatssecretaris Eerenberg stuurt menukaart met mogelijke aanpassingen

Staatssecretaris Eerenberg stuurde een "menukaart" aan beide Kamers met opties om het wetsvoorstel te verzachten: tariefverlaging van 36% naar 35%, verhoging van het heffingsvrij rendement van €1.800 naar €1.900, en een carry-back van één jaar voor verliezen. Geen van deze opties is al besloten.

Bron: Rijksoverheid — brief staatssecretaris
Eerste Kamer19 mei 2026

Eerste Kamer houdt deskundigenbijeenkomsten over wetsvoorstel

De Eerste Kamer organiseerde twee bijeenkomsten waarbij fiscalisten, economen en uitvoeringsexperts (Belastingdienst) werden gehoord. Centrale zorgen: uitvoerbaarheid bij ongerealiseerde koerswinsten en de positie van vastgoedbeleggers.

Tweede Kamer12 februari 2026

Tweede Kamer neemt wetsvoorstel 36.748 aan

De Tweede Kamer nam wetsvoorstel 36.748 (Wet werkelijk rendement box 3) aan met een meerderheid. Het voorstel gaat nu naar de Eerste Kamer. Beoogde inwerkingtreding is 1 januari 2028, mits de Eerste Kamer ook akkoord gaat.

WetMedio 2025

Wet 36.706 in werking: tegenbewijsregeling voor 2024 definitief

De tegenbewijsregeling voor belastingjaar 2024 is definitief in werking getreden (Staatsblad 2025/195). Belastingplichtigen die in 2024 een lager werkelijk rendement hadden dan het forfait, kunnen dat nu aantonen via de aangifte.

Bron: Staatsblad 2025/195

Tijdlijn

  1. Sept 2024

    Wetsvoorstel 36.748 ingediend bij Tweede Kamer

  2. Medio 2025

    Wet 36.706 in werking: tegenbewijsregeling 2024 van kracht

  3. 12 feb 2026

    Tweede Kamer neemt wetsvoorstel 36.748 aan

  4. 19 mei 2026

    Eerste Kamer houdt twee deskundigenbijeenkomsten over het wetsvoorstel

  5. 19 jun 2026

    Staatssecretaris Eerenberg stuurt menukaart: tariefverlaging 36%→35%, heffingsvrij rendement €1.800→€1.900, carry-back één jaar

  6. 30 jun 2026

    Plenair debat Eerste Kamer; vier moties ingediend; stemming over wetsvoorstel uitgesteld

  7. 7 jul 2026

    Eerste Kamer stemt over vier moties — niet over het wetsvoorstel zelf

  8. Sept 2026

    Prinsjesdag: kabinet biedt novelle met uitgewerkte aanpassingen aan Tweede Kamer aan (gepland)

  9. 2027

    Behandeling novelle Tweede en Eerste Kamer; stemming over hoofdwetsvoorstel

  10. 1 jan 2028

    Beoogde inwerkingtreding — afhankelijk van behandeling novelle; nog niet definitief

VastgesteldVoorstel / geplande datumNog onzeker

Hoeveel kun jij besparen?

Voer je vermogen in en zie direct of tegenbewijs of een andere strategie iets oplevert. Gratis, volledig in je browser.

Start de calculator